De wonderlijke wereld van Peter Pompelier deel 7

steenpuist

Dit hierboven is een puist!

Een links dragende man ( zijn wappertje )

Nu het werken bij Slagerij Sloetjes zo abrupt was gestopt moest de moeder van Peter heel snel stappen ondernemen, want er moest wel brood op de plank en ook al vroeg tante Wiep niet veel voor de kost en inwoning, er moest ook gespaard worden, want op een dag zou ze toch graag met Peter in een eigen huisje willen wonen. Ze koos een opleiding waar werk in was, ze werd zuster, niet zo een van het ziekenhuis, die noemde men verpleegkundige, nee, een zuster, die werkt bij oude en zieke mensen. Omdat ze al wat geleerd had in de zorg, kon ze het in een jaar afronden en leren en werken met dadelijk verdienen was een mogelijkheid. Het leven begon haar weer toe te lachen en tante Wiep zou haar plan alleen maar nobel vinden. En die stomme slager zou mooi op zijn neus kijken, want ook al was de moeder van Peter niet altijd de braafste, ze was een harde werkster geweest in zijn zaak en had nog nooit wat gestolen, niet eens een plakje worst van het schoteltje voor de klanten.

Zo sukkelde het leven door, bij Peter kwamen tandjes door en zijn poepbroeken werden op dat moment  vreselijk en zijn billetjes werden zo rood als de ondergaande zon bij vochtig weer en de borstvoeding werd afgebouwd, want wie wil er nu gebeten worden door jonge scherpe tandjes?

Tante Wiep had ook gespaard, ze vond dat de jonge moeder er eens uit moest. Dat had ze wel verdiend, nooit meer lurken aan de fles, nee, alleen op de zaterdagavond, keurig een glaasje geel op een pootje, met een dotje slagroom en dat vieze gedoe met die stinkstokkies was ook bijna over.

Echt heel, heel soms, liep de moeder van Peter even naar buiten en trok dan hevig aan een sigaret, maar met zo een stinkstok deed ze een week, want ze werd er draaierig van twee trekjes en ze vond het steeds meer tegenvallen en erg stinken.

De bezoekjes aan de kerk waren uitgedund, ook tante Wiep kwam er nog maar weinig. Tante Wiep wilde zeker de heer aanbidden, maar dat kon thuis ook wel. Ze was die avond erg geschrokken toen ze had gezien dat mijnheer pastoor zijn wappertje uit zijn broek had gehaald in zekere staat van opwinding en dat die lieve Moeder van Peter dit juist ook gezien had, daar schrikt zo een jong ding van. Maar die Heilige Boon had natuurlijk weer een slap excuus, hij die links dragend was, moest hem even goed leggen, want door de stichtelijke muziek was hij in vervoering geraakt en zich naar de hemel gericht. Tante Wiep zei:””An me hoela smeerpijp, waarom druipt hij dan van je gulzigheid?””

Nou dat was volgens de pastoor toch echt het vocht van een gesprongen puistje.

Tante Wiep, heeft hem bij kop een kont gepakt en de deur uit gezet en riep hem nog na: “Vuile gehaktballendief, je bent een smeerpijp van het zuiverste water, scheer je weg en nooit meer mijn huis in met je bedelverhalen en stichtelijke verhalen!”

Zilvertje. Wordt vervolgd.

Deel 1

Deel 2

Deel 3

Deel 4

Deel 5

Deel 6

Advertenties

Over Zilvertje

Woest als vloed, rustig als eb, glinstert als zilver met soms een beetje aanslag.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

4 reacties op De wonderlijke wereld van Peter Pompelier deel 7

  1. logbankje zegt:

    kleine kinderen geven verandering in het leven, ze gaat de goede kant op.
    niet richting de pastoor dan maar. Hans

  2. Pingback: De wonderlijke wereld van Peter Pompelier. Deel 8 | Het straatje van Zilvertje.

  3. Pingback: De wonderlijke wereld van Peter Pompelier deel 9 | Het straatje van Zilvertje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s