Een bericht uit Krommenie.

P1000169

De tijd heeft vleugels.

Achter het damhek met een kleedje, zo ver was ik nog nooit geweest. De provinciale weg slingerde loom en rustig naar Alkmaar en verder. We hadden zalige broodjes mee en de trilling van de weg zat nog in mijn kleuterbillen. “Papa, ik heb fietsbillen”. En mijn vader knikte begrijpend.

Dat koeien van die geweldige grote dieren waren, zo gemoedelijk en lief ontdekte ik daar. Op mijn rug zag ik samen met mijn vader de wolkenmassa die traag over ons heen dreef. Olifanten, zeilschepen en raceauto’s alles in de grote optocht lagen we te bewonderen.

De zon zakte zachtjes weg achter de Hoogovens, “We gaan nog een ijsje halen bij het Rivellahuis”. Papa stond op en een deel van de betovering leek verbroken. Nu pas merkte ik hoe nodig ik moest plassen. “Ga maar op je hurken meisje”. Ik plaste een plas die loom kronkelde naar de koeien er kwam geen einde aan. Mijn bilspieren konden deze stand niet langer volhouden en rustig zeeg ik neer in mijn eigen plasje. Wat hebben we toen gelachen! We kregen er allebei de hik van.

Telkens in het voorjaar als ik over de provinciale weg rijd richting Alkmaar, ruik ik weer die koeien van toen. Het Rivellahuis heet de Krokodil en ze hebben er nog steeds lekkere ijsjes. Maar de weg is nu erg druk geworden en overal wordt gebouwd of er zijn plannen. Heb nooit meer dat damhek teruggevonden, zou zo graag daar weer op mijn rug naar de wolken willen kijken, samen met mijn vader.

Zilvertje.(uit: Verkade verhalen van de Zaan)

Advertenties

Over Zilvertje

Woest als vloed, rustig als eb, glinstert als zilver met soms een beetje aanslag.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2006-07. Bookmark de permalink .